We houden erover op. Het is niet anders. De statistieken laten het duidelijk zien. Onze ervaring spreekt ook voor zich. We moeten maar accepteren dat er weinig kinderen naar de kindernevendienst komen. Mond dicht houden en maar blij zijn met diegenen die wél komen.
Ogen dicht
Dit geluid hoor ik steeds vaker. En misschien hebben deze mensen ook wel gelijk. Maken we onszelf gek door telkens te benoemen wat een gemis is? Komt er één kind bij door te blijven praten over de krimp in de kerk?
Mond dicht
Toch kan ik dat niet. Ik wil er juist over praten. Want daardoor kom je wel op ideeën. Tijdens een kindernevendienstvergadering laat ik het volgende ballonnetje op: misschien gaan we er over een paar jaar wel toe over dat de kindernevendiensten per dorp verdeeld worden. De ene zondag is het in het ene dorp crèche en nevendienst, de tweede zondag in weer een ander dorp en de derde zondag in nog een ander dorp. Hmm, kan je nooit meer in je eigen dorp kerken is de reactie. Daar moet men niet aan denken en dus denken we ook niet meer verder.
Zoeken naar oplossingen
Dat laatste vind ik niet goed. Volgens mij moeten wij nu al wel nadenken. Met elkaar. Met betrokkenen uit alle Walcherse dorpen en misschien ook wel uit de grote stad erbij. Op zo’n manier sta je nl. zelf aan het roer. Kan je actief op zoek gaan naar alternatieven. Of moeten we de wegloop van kinderen – de volgende generatie gemeenteleden – maar laten gebeuren?
Eén groep voor alle kinderen
Momenteel volg ik een basiscursus kindernevendienst. Samen met kindernevendienstleiding uit andere Walcherse dorpen. Overal is het aantal kinderen zodanig, dat er één groep is. Met daarin kinderen van 4 tot 13 jaar oud. Alle leiding staat voor de uitdaging om een passende kindernevendienst te maken die aanslaat bij kleuters t/m prépubers. Wij zijn daarin niet alleen.
Eén keer per twee weken
In één dorp is er slechts één keer per twee weken kindernevendienst. De leidster geeft dan kindernevendienst aan het eigen kind en het kind van de andere leidster. De andere zondag blijven die gezinnen (gedeeltelijk) thuis.
Minder kinderen
Is het zo erg aan het worden? Ik dacht dat het aan de speciale omstandigheden in ons dorp lag. Maar wij zijn de enigen niet. Ook in de dorpen waar nog wel een protestants-christelijke basisschool is, gaat het aantal kinderen in de kerk achteruit. Dat had ik echt niet gedacht. Hoe onnozel.
Houvast aan elkaar
Maar kinderen hebben kinderen nodig. Het is goed als een kind een ander gezin in de kerk ziet: zij doen net als wij. In de schoolklas is het kind vaak een uitzondering als het durft te bekennen dat het naar de kerk gaat. Ja, zelfs op de protestants-christelijke basisschool. Hoe krijgen wij de kinderen mee naar de kerk? Hoe gaat het volgende geslacht het geloven volhouden?
Horizon verbreden
Wordt het geen tijd dat we niet meer gaan organiseren per dorp maar met de dorpen in de buurt? En dan denk ik aan onderdelen van het kerkelijk werk die zich daarvoor lenen: kinder- en jeugdevenementen, cursussen, vormings- en toerustingswerk, diaconale inzamelingsacties. Meer?
Samenwerken?
Onze kerkelijke gemeente beslaat al 2 dorpen. Het vormings- en toerustingsprogramma doen we al met een ander dorp samen. Dat zijn er al 3. Maar misschien moeten we nóg groter denken en doen. Wie doet mee?
8in1
Op 3 september 2011 organiseerde het tijdschrift Bonnefooi een studiedag over de kindernevendienst. Eén van de onderwerpen was kindernevendienst geven aan alle kinderen uit groep 1 t/m 8; in één groep. Zie het verslag van 8N1.