Natuurlijk lees ik het stukje Voorbereiden. En daar treft me het stukje over het publiek. De mensen die Bartimeüs zeggen dat hij moet ophouden met schreeuwen.

Het lijkt me wel wat om dit na te spelen met de kinderen. En dan terug te vragen naar de rol van het publiek. En de vasthoudendheid van de blinde man.

De gastpredikant neemt de telefoon niet op. Het idee zal vast verdieping krijgen als we dit samen kunnen doorspreken.
Marcus 10:46-52

Versleten knuffel.

Versleten knuffel.

Afgelopen zondag is die vraag weer gesteld. Willen de kinderen naar voren komen?
En daar staan ze dan. Vier kinderen op een rij. Zo dicht mogelijk tegen de muur.
“Jullie denken zeker: Daar komt de dominee weer moeilijke vragen stellen”, zo begint de predikant. Hij wil de kinderen geruststellen.
“En als de mensen in de kerk dan lachen als jullie een antwoord geven, dan lachen ze jullie niet uit hoor. Dat doen we niet in de kerk. Dan lachen we jullie toe.”


Bezit
Wat is je liefste bezit? vraagt hij deze zondag.
Oei, dat is moeilijk. De predikant maakt de vraag duidelijker door te zeggen, wat heb je het liefste bij je. Wat wil je goed
bewaren? Aangespoord door de leiding van de kindernevendienst komt een eerste antwoord.
M’n knuffel. Kijk dat antwoord begrijpt de dominee heel goed. Zijn dochter heeft ook een knuffel.
M’n hamster, zegt een ander kind. En natuurlijk is ook dit antwoord goed. Het hóórt gewoon bij die jongen die heel veel
van de natuur houdt.

Paaskaars
En hierna gaan de kinderen naar de kindernevendienst. Ze nemen het licht van de paaskaars mee.
Wij weten waar de kinderen het over gaan hebben; de rijke jongeling, Marcus 10: 17-31. En ook wij denken na over de belemmeringen die er zijn om Jezus te volgen.

Uitlachen
De overdenking is afgelopen. De gastpredikant loopt de trap van de preekstoel af, richting liturgisch centrum.
Maar hij vergeet z’n microfoontje van zijn toga te doen. Hij komt niet ver. Als het snoer is afgewikkeld, houdt het de man tegen. Het ziet er komisch uit als hij met z’n wapperend gewaad met een ruk tot stilstand komt. Hij is dan halverwege de trap. Er klinkt een lach door de kerkzaal.
Lachen wij hem nu uit of lachen we hem toe?

Van harte beterschapskaart

Van harte beterschapskaart

Ondanks dat we het Heilig Avondmaal vieren, zijn er toch nog acht kinderen. Verschillend van groep 2 tot en met groep 8.
De kinderen zijn rustig vanmorgen. Op het stille af.
Iemand met epilepsie of vallende ziekte kennen ze niet. Maar iemand met zo’n kickbokshelm, ja die hebben ze weleens gezien. Vroeger wisten ze nog niet wat die ziekte was en dachten de mensen dat er dan een geest in je woonde.

Luisteren
Het verhaal pas ik een beetje aan tijdens het voorlezen. Zo te zien wordt er goed geluisterd.
Het scheelt dat een er een paar drukteschoppers niet zijn. En een ander kind mist een leeftijdsgenootje om samen mee te giebelen. Ze is anders nooit zo stil.

Nagesprek
Het nagesprek wil niet echt op gang komen.
Op de vraag “bidden jullie weleens of er iemand beter mag worden” reageert één kind.
En dan komt op de vervolgvraag “doet God dan wat je vraagt?” ook weinig reactie.

God helpen
Dan gaat het gesprek in de richting van God helpen. Hoe kan je helpen dat iemand zich beter voelt?
- Opvrolijken
- Kaartje sturen

Voorraad kaarten
Gelukkig kennen de kinderen weinig zieke mensen.
Voor wie gaan ze dan een kaart maken? Laten we kaarten maken voor de voorraad van de kindernevendienst.
Een herstellende mevrouw is vandaag weer voor het eerst in de kerk. Dat heeft een jongen gezien. Diezelfde mevrouw hebben we een paar maanden geleden ook een kaart gestuurd. En het leuke was: zij stuurde er een terug om ons te bedanken.

Even later zitten de kinderen te tekenen. Eén jongen kan niks met deze verwerking. Hij maakt een hulpeloze indruk. Deze groep 8-er wil
wel de dokterstasrebus oplossen. Dat is ook goed.
Het oudste meisje maakt de kaart voor het gemeentelid dat in het ziekenhuis ligt.
De koster komt ons weer halen om terug te gaan naar de kerkzaal en snel tekent ze de laatste lijnen.

Terugkoppeling
In de kerk vraagt de dominee of een paar kinderen hun kaart willen laten zien aan de mensen. Ze liggen nog in de kindernevendienstruimte. Maar hij vertelt de gemeente wat we gedaan hebben en zegt voor wie de kaarten zijn.
We sturen ook twee welkom-thuis-kaarten. In het gebed verwerkt hij de oplossing van de dokterstasrebus.

Eén geheel

Dankzij de aanpak van de predikant is deze dienst één geheel:

  • we beginnen samen
  • daarna gaan kinderen en volwassenen uit elkaar
  • ieder gaat op zijn eigen niveau aan de slag met het hetzelfde onderwerp
  • en groot en klein eindigt samen aan het avondmaal
  • Dokterstas

    Dokterstas

    Goed geloven
    Wat een stellige titel heeft deze zondag 13 september 2009 meegekregen in Kind op Zondag.
    Als je gelooft, kan alles. Stel dat een kind in het leven al gemerkt heeft dat niet alles kan wat het wil.
    Dan kan het denken dat hij of zij dus niet goed (genoeg) gelooft. Een gevaarlijke gedachte waar ook volwassenen nog mee worstelen.


    Marcus 9:14-29 is het verhaal: Jezus geneest een jongen die lijdt aan vallende ziekte, epilepsie. De leerlingen is het niet gelukt om de jongen te helpen. Hun geloof komt tekort.

    Spiegelverhaal
    Ik ga eerst zoeken of dit verhaal in een kinderbijbel verteld wordt. Ik gebruik niet graag spiegelverhalen.
    Helaas bevat de startbijbel weinig verhalen van Marcus en in om te beginnen wordt net dit verhaal overgeslagen.
    Best logisch want het verhaal kan hard aankomen. Dan ga ik maar het spiegelverhaal uit Kind op Zondag gebruiken. Het verhaal
    voor de oudste kinderen komt het meest met de bijbeltekst overeen.

    Gebed verhoren
    In het telefoongesprek met de predikant wordt het onderwerp helderder.
    De dominee denkt ook dat kinderen zullen bidden voor – in mensen ogen – onmogelijke situaties. Dat scheidende ouders weer samen
    komen. Terwijl in datzelfde gebed een nieuwe winxclubbarbie genoemd wordt.
    Waarom wordt het ene gebed wel verhoord en het andere niet?

    God helpen
    De oplossing van de puzzel geeft een idee voor deze kindernevendienstaanpak.
    De oudere kinderen kunnen namelijk als verwerking een puzzel oplossen. Tegen de achtergrond van een dokterstas met medicijnen kunnen kinderen het recept van Jezus ontcijferen:
    Lieve God,
    hier ben ik,
    ik wil u helpen,
    helpt u mij om het goed te doen,
    om Jezus’wil,
    Amen

    Kaartje
    Ja, dat wordt de insteek van deze zondag: wij kunnen God helpen. Wij kunnen proberen dat de mensen zich iets beter voelen.
    Ten eerste door te bidden voor mensen die het moeilijk hebben. En praktisch door op bezoek te gaan of een kaartje te sturen.
    Ik neem blanco correspondentiekaarten mee waarvan de kinderen een kaart kunnen maken. De oudere kinderen kunnen het “recept van Jezus”
    ontdekken.

    Onze Vader
    En door te vragen wie ons heeft leren bidden, is nog een kleine link met het Heilig Avondmaal te leggen. Dat vieren we ook vandaag. Alle mensen in de kerk bidden, hardop, samen het “onze vader”.
    En dit genezingsverhaal eindigt Jezus met: Dit soort [geesten] kun je alleen met gebed verjagen en met niets anders.

    Hopelijk wordt het een goede kindernevendienst.

    Mosterdzaad

    Mosterdzaad

    Vorige week hebben ze afscheid genomen van de kindernevendienst. Maar de zondag erna gaan ze toch weer mee.

    “Na de zomervakantie ga ik er niet meer naar toe.”

    Niet gehinderd door familiebanden hou ik een klein interview met onze oudste.

    Kan je je nog iets herinneren van de eerste keer kindernevendienst?
    - Nee

    Hoe vind je het?
    - Leuk. Gezellig, gewoon leuk.
    Soms was het kinderachtig.

    Kan je zeggen wanneer je het kinderachtig begon te vinden?
    - Vanaf eind groep 6.

    Heb je veel geleerd?
    - Neu. Voor mijn gevoel niet. Het meeste wist ik al. Ik heb geen speciale herinnering aan een bepaalde kindernevendienst.

    Nu zitten alle kinderen bij elkaar in de groep. Denk je dat er meer, andere kinderen zullen komen als we de groepen weer splitsen?
    - Nee.

    Verder merkt deze groep 8-er op:

    “Nehemia, dat verhaal kende ik nog niet. Voor een jongen is een verhaal over het opbouwen van een grote vesting best wel leuk.”

    “Het oude testament is leuker dan het nieuwe testament, omdat je het nog niet kent.”

    Het gesprek levert geen hoogdravende uitspraken op.
    Hoe het is om als kind kindernevendienst te krijgen weet ik niet.

    Maar dat ze in de periode tussen basisschool en voortgezet onderwijs nog meegaan met de nevendienst, vind ik een positief teken.

    Nehemia bij de muur

    Nehemia bij de muur

    Zes weken lang werken we er naar toe. Het paasfeest. De muur is gebouwd. De mensen horen elke zondag dat ze sowieso zijn aangenomen als ze solliciteren. In werkkleding.

    Gastpredikanten
    Van de drie gastpredikanten doet er één mee met ons project. Twee predikanten hebben redenen om er van af te zien. Op die zondagen is het moment voor de kinderen de verbindende schakel met het project.
    De eigen predikant laat zich wel inspireren door Nehemia. Hij is pas in Israël geweest. Die herbouwde stad. En Nehemia geeft ons weer levensmoed.

    Belijdenis
    Het wordt weer een bijzondere paasdienst. Maar liefst zes jonge mensen doen openbare belijdenis van het geloof.
    Dat maakt de invulling voor de kindernevendienst makkelijk.

    Kindernevendienst
    We lezen natuurlijk het paasverhaal naar Johannes uit de startbijbel.
    Daarna praten we over belijdenis doen.
    Wat is belijdenis doen? Waarom juist vandaag? Wat gaat er straks gebeuren in de kerk? Waarom doe je belijdenis? Wat heeft het te maken met dopen?

    Verwerking
    Als verwerking willen we de muur nog één keer onder handen nemen en hem versieren met bloemen. Nieuw leven in de stad. Met dubbelzijdig plakband plakken we de bloemen op de schoenendozen.

    Bloem aanbieden
    Zes kinderen bieden de jongeren een bloem aan. Welke past het beste volgens het liturgisch bloemschikken? We willen daar wel bij aansluiten.
    Het kaartje aan de bloem bevat aan de ene kant de belijdenistekst.
    Aan de andere kant een afbeelding van de projectposter van Pasen. Een bloem die tussen de stenen van de muur groeit.

    Stille week
    Maar eerst zijn er nog de diensten op Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag. Op paasmorgen hopen we met een grote groep mensen samen te ontbijten. Dat is een goede gewoonte waar ons gezin elke keer van geniet.

    Als je besluit om af te wijken van het gangbare kost dat extra energie.

    Neem nu ons paasproject. Wij volgen niet de KoZ maar grijpen terug naar het project van 2008: stad van je dromen.
    Tijdens de voorbereidingen wordt het project tot in de kleinste details besproken.

    Informatiebron
    We kunnen deze blog zelfs tot een informatiebron voor gastpredikanten maken. De projectstukken werden hier gepubliceerd. Met toestemming van de hoofdredacteur van Kind op Zondag. Zo denken we het alle mensen die betrokken zijn bij de stad van je dromen makkelijk te maken.

    Communicatiefout
    Vergeten we één ding: de eigen predikant te vertellen dat we het project van vorig jaar gaan doen. Hij is dan al een halve preek onderweg…

    Sorry dominee!

    Speelplezier leiding of vertellijn voor kinderen
    Inmiddels zijn we een voorbereidingsvergadering verder.
    We weten hoe we de start met het project hopen te maken. De plannen zijn wel heel anders uitgewerkt dan dat we vooraf dachten.

    De enthousiaste, soms wilde, ideeën zijn nuchter bekeken. Hoewel we het supergraag doen gaan we geen rollenspel spelen. De Grote Vertellijn vinden we belangrijker, die moet het liefst goed overkomen bij de kinderen.

    Vele handen
    De organiste heeft het projectlied, de luisteraars van de lucaszender hebben de tekst van het projectlied, het grote koor past zich zo veel mogelijk aan ons aan, en wij aan hen. Met zovele handen mogen we hopelijk een goede start van het 40 dagenproject maken.

    Jona vlucht / detail pentekening Maarten van Heemskerck, 1566

    Jona vlucht / detail pentekening Maarten van Heemskerck, 1566

    Weigerachtig figuur
    Het jaar is sterk begonnen. Vier weken lang verscheen Jona op het toneel. Toevallig is het verhaal van dienstweigeraar Jona één van mijn favorieten. Niet in het minst omdat ik mezelf vaak een jona voel als ik niet doe wat ik zou kunnen doen.

    Daarnaast vind ik het ook fascinerend hoe vaak mensen God durven tegen te spreken, te testen, te kijken waar het onderste in de kan zit (Jona, Gideon, Abraham).

    Koffers pakken
    De vorm van het eerste verhaal uit de KoZ leent zich goed voor een mini-toneelstukje. Misschien wel voor in de kerk.
    Om half verscholen achter het deksel van een koffer, al mopperend, in te pakken. Dat lijkt me wel een vorm die de kinderen aan zal spreken.

    De koffer staat al gepakt klaar als blijkt dat de griep ook klaar staat om toe te slaan. Die wint. Jammer. Want wat had ik er zin in deze keer. Met het ene verhaal kan je nou eenmaal meer dan met het andere. Gelukkig wordt mijn beurt zonder problemen overgenomen en het verhaal toch verteld.

    Geen Mozes maar Nehemia
    En nu gaan we het paasproject voorbereiden. Het heet: de stad van je dromen. De basis zijn de lezingen uit Nehemia en het is het project van 2008. Vorig jaar hebben we zelf een paasproject over Mozes gemaakt. Elke zondag stond iemand anders uit het Mozesverhaal centraal. Zo zijn veel grote en kleine gemeenteleden bezig geweest met het verhaal van Mozes. Met als hoogtepunt de uitvoeringen van de muscial Mozes.

    Als we het paasproject van 2009 gaan volgen gaat het wéér over Mozes. Daarom zijn we blij dat een buurgemeente meewerkt en we hun projectmateriaal kunnen hergebruiken. Ik ben benieuwd wat Nehemia ons te vertellen heeft.

    Gedenkstenen

    Gedenkstenen

    Sjouwen
    En weer loop ik met mijn boodschappentas naar de kerk. Met twéé boodschappentassen deze keer. Om het gewicht te verdelen. Negen stenen moeten vervoerd worden.

    Gedenkstenen
    De keien hebben een tijdje in ons huis gezworven. Zijn in bad geweest en schoongeschrobd. Op de keukentafel zijn ze voorzien van de doopnamen. In de vensterbank moest de inkt drogen. Daarna nog een keer ter hand genomen. Aan de andere kant moest Jaweh geschreven worden. Eerst met potlood de contouren van de letters, daarna voorzichtig inkleuren. Die vreemde letters overschijven, dat valt nog niet mee.

    Voorbereiden
    In de tassen zitten ook nog extra waxinelichtjes. Voor het geval dat.
    En de voorbereiding van deze kindernevendienst vergt ook nog een aanpassing van het liturgisch centrum. De zogenaamde avondmaalstafels worden van hun plaats bij het orgel gehaald en op het podium gezet. Voorzien van een keurig gestreken tafellaken.
    Op grote schalen liggen meer dan 150 waxinelichtjes klaar.
    Dat het thema voor deze dienst de tranen van Jozef zijn, lijkt wel bijzaak. Zoveel moet er omheen gebeuren.

    Instrueren
    Voor een gecombineerde kindernevendienst, alle groepen bij elkaar, zijn er niet veel kinderen. Elke steen wordt door een kind de kerk in gedragen. Om dat netjes te laten verlopen leg ik eerst uit hoe we dat gaan doen. Hoe leg je straks de steen neer? Hoe sta je erbij?
    En als alles goed is afgesproken beginnen we pas echt met de kindernevendienst.

    Vertellen
    De tranen van Jozef maken niet zo veel los. Dat verbaast me. Het onderwerp huilen staat toch niet zo ver van ze af. Zijn ze te veel onder de indruk van deze dienst? De preek duurt deze keer heel erg lang en we hebben tijd over.

    Gedenken
    Dan haalt de koster ons op en begint het gedenken van de overledenen. Na het voorlezen van de naam plus leeftijd legt een kind de steen neer.
    De kinderen doen het goed. Het is fijn dat ze zo een bijdrage kunnen leveren aan dit ritueel.

    De steen van het kleine meisje wordt door haar broer op de tafel gelegd.

    Engel in de sneeuwIn dagblad Trouw van 20 november 2008 staat een artikel: Achtbaan van emoties als helft van tweeling overlijdt
    Ouders die tijdens of kort na de bevalling één kindje van een tweeling verliezen, moeten rouwen en feestvieren tegelijk.

    Dat doet me denken aan die keer dat we de doop bespraken tijdens de kindernevendienst.
    Het was heel druk. De sfeer was goed, de kinderen aandachtig.

    En opeens zegt een meisje: Juf, zij heeft een zusje en die is dood.

    Terwijl ze dat zei, wees ze op haar buurvrouw die ernstig knikte. Zo’n mededeling, die mag niet zonder reactie blijven:
    Daar ben je vast verdrietig om. En misschien, af en toe, een beetje blij. Want jouw zusje is nu bij God.

    Hij zei niks maar schuin achter de twee vriendinnen zat een jongen. Zijn zusje was nog maar kort geleden overleden.
    Zijn broertje is de zondag daarna gedoopt.

    Kindernevendienst. Moeilijk en toch ook weer mooi.